De Nederlandse schaatsers hebben tijdens de Olympische Winter Spelen van Turijn boven verwachting gepresteerd. Dat vindt topsportcoördinator Ab Krook, die volgende week afzwaait. De oranje-equipe veroverde op de Oval Lingotto driemaal goud, twee keer zilver en viermaal brons.
Daarmee werd voldaan aan de ‘eis’ van NOCNSF, dat vooraf inzette op negen medailles. Ofwel, de oogst van Salt Lake City plus één. “We hebben beter gepresteerd dan dat ik verwacht had”, erkende Krook. “Zeker gelet op het matig voorseizoen en de ontwikkeling van het schaatsen internationaal.”
Dat de medaille-oogst van vier jaar geleden werd overtroffen, is bijzonder. Sinds de Winter Spelen van Salt Lake City is de concurrentie namelijk hevig toegenomen. Bij de vrouwen verstevigden de Duitse en Canadese dames hun dominantie. Bij de mannen pleegden Chad Hedrick en Shani Davis een spectaculaire coup en toonde het Noorse schaatsen een flinke progressie. “Het is niet vanzelfsprekend dat we acht, negen plakken winnen”, benadrukte Krook, die overigens de ploeg van Peter Mueller zag falen (nul medailles).
Verstikkende hegemonie
Het lijkt alweer een eeuwigheid geleden, maar vier jaar terug was de oranje-hegemonie bij de mannen nog zò verstikkend dat critici vreesden dat de sport er aan onderdoor zou gaan. “Op de vijf kilometer was het toen de vraag welke Nederlander goud won. Nu is ‘t de vraag welke Nederlander op het podium komt”, geeft Krook het verschil aan. De Loosdrechter juicht die ontwikkeling toe. “Zoiets geeft je medaille wel meer glans. Het is goed dat dit gebeurt.”
Toch plaatste Krook ook kanttekeningen bij het optreden van de Nederlandse schaatsploeg. Op de slotafstand, de vijf kilometer voor vrouwen, eindigde de beste Nederlandse (Groenewold) slechts op de negende plek. En de mannen veroverden pas op de 10.000 meter hun eerste goud. “Laten daarom niet hosanna roepen”, vond Krook. “Op een aantal punten komen we zeker tekort.”
Discussie
Uiteraard brak direct na afloop van de Winter Spelen de discussie uit of wel de beste Nederlandse schaatsers in Turijn hun opwachting hadden kunnen maken. Achteraf kon de conclusie worden getrokken dat bijvoorbeeld een sterke 1500 meter-rijder (Mark Tuitert) langs de kant moest toekijken hoe Sven Kramer die afstand gebruikte om zich voor te bereiden op de tien kilometer. Toch kon niemand iets op het optreden van Kramer afdingen. Op het Olympisch Kwalificatie Toernooi (OKT) was de 19-jarige Fries simpelweg beter dan Tuitert. “Als je een ander systeem verzint, lever je ergens anders iets in”, besefte Krook.
Raar mens
Wel schaarde de topsportcoördinator zich achter het plan van NOC*NSF-bestuurslid Henk Gemser, die eerder dit jaar al voorstelde om topschaatsers sneller aan te wijzen. “Het deed mij pijn dat ik twee wereldrecordhouders niet eerder kon selecteren”, sprak Krook, doelende op Kramer en Carl Verheijen. “Ik vind dat wanneer iemand er écht bovenuit steekt, je hem of haar moet aanwijzen. Je loopt er een risico mee, maar je moet ‘t toch doen. Zo’n rijder heeft er heel veel voordeel bij.”
De 61-jarige Krook legt volgende week zijn functie als topsportcoördinator neer. Niet na de wereldbekerfinale in Heerenveen, maar tijdens. “Ik ben gewoon een raar mens”, glimlachte Krook, die ook het WK allround (18-19 maart in Calgary) laat schieten. “Ik wil mijn eigen moment kiezen om te stoppen. En dat zal komend weekeinde in Thialf gebeuren. Als ik voel dat ik er genoeg van heb, stap ik in de auto. Naar huis.”