Korte terugblik op de 20e Winterspelen van Turijn
Winst en verlies zijn relatief, zo ook de excuses en de excessen. Een greep uit twee weken Olympische Winter Spelen van Turijn 2006.
Arturo Kinch vertegenwoordigde het Midden-Amerikaanse land Costa Rica op de 15 kilometer langlaufen. Hij finishte één na laatste en sprak na afloop verheugd: “Ik heb er eentje ingehaald tijdens de race, dus ik ben zeer tevreden.” Die ongelukkige was Prawat Nagvajara (47) uit Thailand, die als laatste aankwam, een half uur na de winnaar.
Lindsey Jacobellis had het goud bij wijze van spreken al om de nek tijdens de finale snowboard cross. Haar voorsprong op de Zwitserse Tanja Frieden was zó groot dat de 20-jarige Amerikaanse zich voor het oog van de camera’s een mooie showsprong permitteerde… en viel. Frieden passeerde haar op het gemak en kwam als eerste aan.
Bode Miller, groot skifavoriet, had eenzelfde probleem: Hij won niks. Een vijfde plaats, een zesde en een diskwalificatie. De Amerikaan hield zich groot: “Ik ben niet zo snel teleurgesteld. Ik hoef nu ten minste niet helemaal naar Turijn voor de medailleceremonie.”
Teemu Selanne is een ijshockeyer die de kleuren van Finland verdedigde. Met succes, zijn land reikte tot de eindstrijd. De aanvaller verloor tijdens de kwartfinale tegen de Verenigde Staten drie gave tanden in de strijd. Selanne laconiek: “Niet zo heel erg na meer dan duizend wedstrijden in de NHL. En je kunt altijd nieuwe krijgen.”
Johnny Weir, Amerikaans kunstrijder, bakte er weinig van. Hij schoof de schuld op het Italiaanse openbaar vervoer, dat hem van al zijn energie beroofde. “Ik voelde me erg opgejaagd. Ze hadden het rijschema veranderd, ik miste de bus, moest in een auto springen en kwam te laat aan. Die achterstand heeft mijn lichaam eigenlijk niet meer ingehaald.”
